Studie over infrageluid windmolens legt bom onder energietransitie

Het onderstaande artikel verscheen op 4 maart 2026 in De Andere Krant, geschreven door Bert Weteringe. Omdat het artikel auteursrechtelijk beschermd is, kunnen wij het hier niet integraal publiceren.

Lees het originele artikel in De Andere Krant.

Samenvatting van het artikel in ‘De Andere Krant’

Een recente studie naar infrageluid van windturbines zet grote vraagtekens bij de veiligheid van windparken in de buurt van woongebieden. Volgens onderzoekers moet een veilige afstand tussen grote windturbines en woningen vijf tot tien kilometer bedragen om mogelijke gezondheidseffecten van laagfrequent geluid en infrageluid te voorkomen. Infrageluid is een zeer laagfrequente trilling die vaak niet hoorbaar is, maar wel invloed kan hebben op mens en dier.

Volgens de studie kan langdurige blootstelling aan dergelijke trillingen leiden tot stress, slaapverstoring en andere gezondheidsklachten bij mensen die in de buurt van windturbines wonen.

In diverse Europese landen wordt daarom al langer gepleit voor grotere afstandsnormen tussen windturbines en woningen. De discussie hierover neemt toe nu windturbines steeds groter worden en dichter bij woongebieden worden gepland. In ons land worden de installaties al op 260 meter van een woning gebouwd.

De studie onderstreept dat de mogelijke gezondheidseffecten van infrageluid nog onvoldoende worden meegenomen in beleid en vergunningverlening, terwijl de schaal van windturbines snel groeit.

Commentaar van de redactie

De discussie over windturbines gaat vaak over klimaatdoelen, maar uiteindelijk gaat het ook over iets fundamentelers: de gezondheid en veiligheid van bewoners.

In verschillende Europese landen zijn inmiddels afstandsnormen van meerdere kilometers tussen windturbines en woningen ingevoerd. Dat is niet voor niets: de risico’s van laagfrequent geluid en infrageluid worden daar serieuzer genomen dan in Nederland.

Sommige onderzoeken wijzen zelfs op effecten op cellulair niveau en veranderingen in hersenactiviteit na blootstelling aan infrageluid. Een Duitse arts heeft hierover alarm geslagen (link naar het artikel: klik hier).

De Nederlandse overheid heeft een duidelijke wettelijke plicht om de bevolking te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. Dat volgt onder meer uit artikel 22 van de Grondwet, waarin staat dat de overheid maatregelen moet treffen ter bevordering van de volksgezondheid.

Als steeds meer onderzoeken wijzen op mogelijke gezondheidsproblemen, dan hoort een verantwoord kabinet het voorzorgsbeginsel toe te passen. Dat betekent: eerst zekerheid over veiligheid, en pas daarna grootschalige plaatsing.

De realiteit is dat Nederland een van de dichtstbevolkte landen van Europa is. Industriële windturbines van honderden meters hoog horen simpelweg niet thuis vlak bij dorpen en woongebieden.

Het politiek doordrukken van zulke projecten, terwijl de risico’s voor gezondheid en leefomgeving bekend zijn, is onverantwoord.

Commentaar van het juridisch team:

Overheden zijn verplicht om mogelijke gevolgen voor gezondheid al in een vroeg stadium van de besluitvorming te onderzoeken en mee te wegen

Binnen de Europese Unie geldt dat Europees recht voorrang heeft boven nationaal recht wanneer er sprake is van strijdigheid. Dat betekent dat Europese richtlijnen en verdragen leidend zijn bij de beoordeling van projecten die gevolgen kunnen hebben voor milieu en gezondheid.

In de Nederlandse Grondwet staat wel een bepaling over de bescherming van de volksgezondheid (artikel 22). Dit artikel verplicht de overheid om maatregelen te nemen ter bevordering van de volksgezondheid, maar het is geen absoluut recht. In de praktijk wordt dit belang altijd afgewogen tegen andere belangen, zoals energievoorziening, economie en ruimtelijke ontwikkeling.

Alleen verwijzen naar de Grondwet geeft daarom een onvolledig beeld. De concrete bescherming van gezondheid en leefomgeving bij ruimtelijke projecten, zoals windturbines, vloeit in belangrijke mate voort uit Europese richtlijnen.

Denk bijvoorbeeld aan de regels over milieueffectrapportage en natuurbescherming.
Nederland heeft deze Europese regels verwerkt in nationale wetgeving, onder andere in de Omgevingswet. Deze regels verplichten overheden om mogelijke gevolgen voor gezondheid, natuur en leefomgeving al in een vroeg stadium van de besluitvorming te onderzoeken en mee te wegen, bijvoorbeeld via een plan-MER of project-MER.
Ook in Europese rechtspraak over windturbines is bevestigd dat milieueffecten en gezondheidsrisico’s vooraf zorgvuldig moeten worden onderzocht voordat projecten kunnen worden toegestaan.

De ruimtelijke realiteit in Nederland: Nederland is een van de dichtstbevolkte landen van Europa. Dat maakt ruimtelijke keuzes extra gevoelig.
Industriële windturbines van honderden meters hoog hebben een grote impact op landschap, leefomgeving en gezondheid. Juist daarom schrijven Europese regels voor dat deze effecten vooraf zorgvuldig moeten worden onderzocht en transparant worden meegewogen in de besluitvorming.
Een zorgvuldige toepassing van deze regels is essentieel om te voorkomen dat projecten worden doorgedrukt zonder dat de gevolgen voor bewoners, natuur en landschap volledig in beeld zijn gebracht.